Bijzondere archeologische vondsten

 

Archeologie is een wetenschap die probeert om onder andere aan de hand van voorwerpen en sporen die zich in de grond bevinden iets te weten te komen over het verleden. Binnen de Zoetermeerse gemeentegrenzen is de  Archeologische Werkgroep Zoetermeer (A.W.Z.) op zoek naar de rijke historie van onze stad. De werkgroep houdt zich al bijna 25 jaar bezig met archeologisch onderzoek en bestaat uit circa 10 leden die in hun vrije tijd met archeologie bezig zijn. Naast opgravingen houden zij zich bezig met het schoonmaken, onderzoeken en documenteren van de gevonden materialen. Stelregel is: één jaar graven, vier jaren uitwerken. De werkgroep komt iedere dinsdagavond bijeen in ’t Oude Huis aan de Dorpsstraat 7. Geïnteresseerden zijn tussen 20.30 en 22.30 uur van harte welkom. Joke de Kler heeft samen met de werkgroep een top 5 samengesteld van bijzondere vondsten. Lees mee over mammoeten in het Noord-Aa en kogels in een echt kasteel.

  

1 Mammoeten in het Noord-Aa ?

Aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd er hard gewerkt in het Noord-Aagebied. Om de huizenstroom in Zoetetrmeer op peil te houden wordt er hier zand gewonnen. De machines graven wel 35 meter diep.

 

Plots wordt men iets gewaar in de tonnen kubieke meters zand: een brok oude geschiedenis in de vorm van een mammoetbot. Het bot heeft circa 40.000 jaar onder het zand gelegen! Mammoeten kwamen in Europa voor gedurende de laatste ijstijd (110.000 - 10.000 jaar geleden). Hoewel het ijs ons land niet bereikte, heerste er wel een ijzig klimaat. Naast mammoeten liepen er onder andere ook wolharige neushoorns, steppewisenten en reuzenherten in deze barre kou rond. Toen het klimaat wat milder werd, ca. 10.000 jaar geleden, stierven deze dieren langzaam uit. Hun botten werden bedekt met zand. Het bot dat op de foto wordt getoond is een dijbeen van een jonge mammoet. De ouderdom ligt tussen de 10.000 en de 50.000 jaar. De lengte van het bot is ca. 1.10 meter en het bot weegt ongeveer 30 kg. Ter vergelijking is naast het mammoetdijbeen een dijbeen van een middelgrote hond te zien! Behalve dit bot zijn in de loop van de jaren in en rond Zoetermeer nog tal van andere mammoetbotten gevonden. Een aantal, waaronder stukken slagtand, schouderblad, ribben en wervels maakt deel uit van de ‘bot’collectie van  de Archeologische Werkgroep Zoetermeer.

 

 

2 Kogels in het Huis te Palenstein

Niet iedere stad kan zeggen dat een echt kasteel op haar grondgebied heeft gestaan. Zoetermeer echter wel. Ooit stond midden in de Dorpsstraat de ridderhofstede Het Huis te Palenstein. Het Huis te Palenstein werd tussen 1370 en 1398 gebouwd in opdracht van Willem van Egmond, heer van Zegwaart. Het kasteel was omgeven door een gracht, een landgoed van 1,7 ha. en een boomgaard. Vanaf de 16e eeuw stond het kasteel waarschijnlijk het grootste deel van het jaar leeg en raakte het langzaam in verval. Aan het eind van de 18e eeuw wordt het kasteel afgebroken en maakt het plaats voor een landhuis. Viermaal kregen leden van de Archeologische Werkgroep Zoetermeer de kans om te graven naar de restanten van het Huis te Palenstein. Vondsten waren er genoeg tijdens deze opgravingen: zware funderingen en een stuk muur van het ingestorte middeleeuwse huis.Verder werden er leren schoenen, mesheften, houten nappen, glaswerk, spinklosjes, zaden en pitten en botmateriaal gevonden. Maar men vond vooral veel gebruiksaardewerk. De vondst van twee stenen kogels geven het Huis te Palenstein een echte kasteelallure! Hoewel er waarschijnlijk nooit mee geschoten zal zijn: Palenstein was geen versterkt huis en was niet gebouwd ter verdediging, maar als statussymbool. De twee kogels zijn gemaakt van kalksteen, hebben een diameter van resp. 14 en 15 cm. en zijn waarschijnlijk het soort kogels geweest, dat kan worden weggeslingerd met een katapult.

 

 

3 Mode uit de 16e eeuw

De schoen is één van de eerste kledingstukken van de mens. Al in de prehistorie werden met behulp van bijvoorbeeld huiden, primitieve voetbedekkingen gemaakt. Dit schoeisel was in eerste instantie alleen een middel om de voet te beschermen tegen geografische en klimatologische omstandigheden. Veel later werd de schoen aan mode onderhevig. In de middeleeuwen droegen de adel, de geestelijkheid en de gegoede burgerij meestal een ander soort schoenen dan de boeren en de handwerkslieden. Zij hadden doorgaans laarzen of hoge schoenen aan, met een houten of een leren zool. Deze leren schoen is gevonden is gevonden in de achtertuin van Dorpsstraat 30. De schoen is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. De natte veengrond waarin de leren schoen eeuwen heeft gelegen, heeft ervoor gezorgd, dat deze vondst nu nog in goede conditie is.Hoge schoenen waren in deze omgeving - een drassig veengebied - waarschijnlijk praktischer dan lage. De in de Dorpsstraat gevonden schoen is van een hoog model en dateert uit ongeveer 1525.

 

 

4 Geen overtoom, wel een schuimspaan

Tot diep in de 19e eeuw werden er in Zoetermeer schepen met de hand over de dijk getrokken. Omdat er geen gat in de dijk gemaakt kon worden, legde men een zogenaamde overtoom aan. In zijn eenvoudigste vorm is een overtoom een schuine houten helling aan beiden kanten van een dam in een watergang. De Archeologische Werkgroep Zoetermeer heeft zes maanden intensief gegraven, maar de overtoom werd niet gevonden. Wel kwamen fundamenten van daarnaast gelegen stallen tevoorschijn en werden honderden scherven, complete potten, borden, tinnen lepels, glaswerk, pijpenkoppen etc. uit de grond gehaald. Eén van de vondsten was een 17e-eeuwse messing schuimspaan met een ijzeren steel, een stuk keukengerei dat ook nu nog in gebruik is. Het blad is ovaal en de gaatjes zijn in vijf ovale cirkels gerangschikt.

 

 

5 13e eeuwse brandveiligheid

Tijdens een opgraving in maart 2004 van de Archeologische Werkgroep Zoetermeer kwam onder de  fundamenten van het gesloopte huis aan de Dorpsstraat 113 een bijna complete aspot uit de 13e eeuw aan de oppervlakte. Na restauratie bleek er maar één stukje aan te ontbreken! De aspot is een kogelpot van 30 centimeter hoog, met de hand gemaakt, die diende voor de opvang van de smeulende resten van het hardvuur. Men moest tenslotte voorkomen dat het houten huis in brand zou raken. De pot werd gevonden op de laatste dag van de opgraving aan de Dorpsstraat 113. Één van de laatste scheppen in de grond legde de rand van de pot bloot. Volgens de Archeologische Werkgroep een prachtige afsluiting van een interessante opgraving. De pot zal een plek krijgen in het Stadsmuseum. (131)

 

 

Nieuwsblad Zoetermeer, maart 2005