Architectonische hoogstandjes

 

Een meubelboulevard, een bioscoop, een jongerencentrum, patiowoningen en appartementen. Wat hebben deze gebouwen met elkaar gemeen? Het zijn de favoriete projecten van Chris Zwiers, directeur van Mei Architecten en stedenbouwers b.v. Het architectenbureau heeft projecten uitgevoerd door het hele land en heeft op diverse punten het gezicht van onze stad mede bepaald. Laat u verrassen door de uitleg en toelichting die Chris Zwiers geeft op gebouwen waar u mogelijk dagelijks langskomt, naar toe gaat voor ontspanning of misschien wel in woont! De complexiteit en persoonlijke binding hebben de volgorde bepaald.

 

 

1 Winkelpassage zonder achterkant

Mei Architecten won een prijsvraag, uitgeschreven onder architecten en in 1997 werd het Woonhart gerealiseerd met daaromheen kantoren en woningen. Het complex bestaat uit 23.000 m2 winkels, 3.000 m2 kantoorruimte en 76 woningen. Het is Chris zijn favoriete Zoetermeerse project, omdat wonen en grootschalige detailhandel met elkaar gecombineerd worden. Bijzonder ook doordat het aan de drukke Europaweg ligt, zonder dat de winkelende mensen daar last van hebben. En is het u wel eens opgevallen dat het complex geen achterkant heeft? Als bezoeker heeft u nauwelijks in de gaten hoe de bevoorrading in zijn werk gaat. De grote gouden bal die uit het dak komt zetten ligt precies in het zicht als u vanaf het Stadshart richting het Woonhart loopt. Hoewel het te besteden budget gelijk is aan het bedrag voor een ‘standaard’ meubelboulevard, heeft het Woonhart volgens Chris de uitstraling van een winkelpassage. “Maar dan zonder de kosten!” Onder de meubelboulevard bevindt zich een parkeergarage (de oplettende Zoetermeerder heeft misschien de ventilatieroosters opgemerkt in de traptreden buiten). Hierdoor wordt de meubelboulevard op een hoger niveau getild dan het drukke autoverkeer en wordt een besloten gevoel gecreëerd. De appartementen hebben allemaal een balkon op de hoeken. Vanaf de woonkamer kun je diagonaal naar buiten kijken, zodat je altijd langs de andere woontorens kijkt en kunt genieten van vrij uitzicht.

 

 

2 Zoetermeerse speelfilm

Maar liefst 4.800 m2 filmplezier en 560 parkeerplaatsen realiseerde Mei architecten in 1998 met het tot stand komen van de Megabioscoop Movie Palace (nu Utopolis). Volgens Chris lag de grootste uitdaging van dit project in het tevreden stellen van maar liefst vijf verschillende opdrachtgevers, waaronder Pathé, de gemeente en de beheerder. Omdat de meeste garages er volgens Chris uitzien als dozen, wilde hij de parkeergarage bij de bioscoop een bijzondere uitstraling geven. Hiervoor zijn onder andere geperforeerde staalplaten gebruikt. Het is de bedoeling van de architecten om de bioscoop op zich een belevenis te laten zijn, zodat de bezoeker zich niet alleen de film herinnert, maar ook de uitnodigende foyer en speciale zalen. Wie oog voor detail heeft ziet dat vanaf de buitenkant gezien de mensen in de bioscoop als het ware in een film spelen door de ramen die op een grote filmrol lijken. Het tegelpatroon buiten is het patroon van een testbeeld, maar dan enkele malen uitvergroot.

 

 

3 Amerikaanse muziekschuur

Een cultureel podium, muziekschool, bruin café en coffeeshop opnieuw huisvesten met slechts een klein budget. Mei Architecten kreeg het in 1998 voor elkaar aan de Amerikaweg. De oude Boerderij was gehuisvest in een lang geleden gekraakte oude boerderij en was toe aan vernieuwing. Bij het ontwerp van het nieuwe onderkomen is gekozen voor de Amerikaanse typologie van stallen, de ‘barns’ en ‘sheds’. De architecten vonden dat het gebouw een anarchistisch, weerbarstig karakter moest krijgen als referentie met de subcultuur van de gebruikers en het ontstaan van het jongerencentrum vanuit de krakerbeweging. Elk onderdeel heeft zijn eigen ingang gekregen en  zowel het bruine café Full House alsmede de grote zaal moesten een historische link krijgen naar de oude locatie. “Geluid was een van de moeilijkste punten tijdens deze opdracht’, aldus Chris. “Als er in de grote zaal een popband meer dan 120 decibel produceert, mag men daar in de ondergelegen oefenruimtes niets van horen.” En daarom kwam er een vloer van bijna één meter dik tussen de verschillende ruimtes.

 

 

4 Bonbon in het groen

De grote uitdaging bij het tot stand komen van de patiowoningen aan de Niemeyerruimte in Noordhove lag aan het feit dat de locatie aan alle kanten ingeklemd was door gebouwen en wegen. En er dus van alle zijden inkijk zou kunnen ontstaan. Chris noemt het een ‘chirurgische ingreep’ op een voorheen nietszeggend veldje. Het woongedeelte van de patiowoningen is zo geplaatst dat mensen uit de woontoren niet naar binnen kunnen kijken en privacy gegarandeerd is. Beeldmerk van de woningen is de luifel, die als tegenwicht voor de toren dient. De huid van het gebouw heeft een geheel eigen karakter, volgens Chris Zwiers zijn de patio’s een bonbon in het groen geworden.

 

 

5 Maritieme invloeden

Wonen aan een kanaal in een prachtig appartement met maritieme invloeden. In 2004 kwamen de 96 appartementen aan het Grand Canal in Oosterheem gereed. De architecten wilden een project maken zonder achterkant dat aan ieder zijde anders oogt. Twee werelden, het Grand Canal aan de ene zijde en de achterliggende wijk aan de andere kant moesten zich met elkaar verzoenen. De vijf gebouwen zijn te zien als vijf bolders aan het water. De gebouwen staan schuin opgesteld zodat er beweging in lijkt te zitten. Ook is het op deze wijze gemakkelijker om langs de gebouwen te kijken. Er is gekozen voor grote glazen vlakken, zodat de bewoners kunnen uitkijken over het kanaal. Er zijn veel maritieme elementen verwerkt in de torens. Het dak lijkt op een zeil door het ontwerp en de kleur en refereert zo aan water. De penthouses vertonen enige gelijkenis met de stuurhut van een schip. De centrale entreehal oogt zuidelijk door onder ander de zandstenen vloer en doet een beetje denken aan een boulevard lang het strand. “Het was een omvangrijk programma, om zoveel appartementen langs de waterrand te plaatsen zonder dat het te massief oogt,” aldus Chris.

 

Nieuwsblad Zoetermeer, februari 2005